9 vragen aan Arrien over hecting en coping stijlen bij kanker

Vanuit Netwerk Chronische Pijn, kreeg Arrien 9 vragen gesteld vanuit het thema "hechting en coping stijlen". Arrien van Prooijen de Jong gaf als onderdeel van de cursus "Oncologie en Pijn" een inspirerend college over hechting en copingstijlen bij kanker. Ieder mens ontwikkelt in de vroege kinderjaren een hechtingsstijl. Deze blijft daarna de rest van zijn of haar leven, de gedachten, emoties en gedragingen beïnvloeden. Het bepaalt onze copingstijl: hoe we in onze verdere leven omgaan met stress en problemen. Netwerk Chronische Pijn stelde de onderstaande 9 vragen aan Arrien.



1. Hoe kun je hechtingsproblemen herkennen in relatie met je patiënt? (in gedrag, uitingen e.d.)

Bij een veilige hechting zie ik vaak een actieve copingstijl. De mensen zoeken dingen uit, zoeken steun bij anderen, proberen bewust te genieten en de goede dingen te doen. Waar ze vaak wel mee worstelen, is de maakbaarheid van het leven. Ze denken dat het leven maakbaar is. Ze hebben er moeite mee dat ze nu niet kunnen genieten. De uitdaging ligt dan in het verdragen van hetgeen je overkomt. De aanpassing van de wensen, het delen van verlangens en betekenis geven aan hetgeen je overkomt.

Bij mensen met een onveilige hechting zie je dat mensen moeite hebben om zich aan te passen en vaak ook weinig vertrouwen in behandelaren hebben, zo blijkt uit onderzoek. Het ontbreken van sociale verbondenheid met het liefdevolle netwerk is een voorspeller van problemen.

Bij mensen met een angstige hechtingsstijl merk ik dat ze veel vragen stellen of bijvoorbeeld vaak bellen naar het ziekenhuis, bevestiging vragen en denken het niet aan te kunnen. Ze voelen zich snel afgewezen en gaan als het ware steeds meer lawaai maken. Ze durven geen nieuwe dingen te ondernemen. De angst is groot. En niet altijd reëel. Een cliënt vertelde dat ze steeds dwangmatig aan het piekeren was dat de ziekte terug zou komen. Ondanks dat ze genezen was verklaard. De angst nam bezit van haar en ze versmolt met haar emoties. Toen ik haar vroeg of het een volwassenenangst of kinderangst was, wist ze het antwoord direct: het was kinderangst. Oude angst. Dit hielp haar in het mentalizeren. Zicht krijgen op haar emoties en gedachten.

De vermijdende mensen onderdrukken hun behoeften, ze bouwen een muur en gaan daar achter zitten als het moeilijk wordt. Ze vermijden de 'pijnlijke' onderwerpen en gaan het over andere dingen hebben, zoals vermoeidheid of andere klachten. Maar niet over henzelf en de problemen die ze als mens ervaren. Ook geven ze vaak aan dat artsen hen niet begrijpen en ze hebben vaak conflicten. Dat houdt hen als het ware weg van hun eigen problemen.

De gedesoriënteerde hechtingsstijl zul je minder snel in de praktijk zien. Personen met deze hechtingsstijl zoeken minder snel hulp. Uiterlijk lijkt bij hen alles rustig, maar van binnen is het grote emotie en paniek. Hoge stresshormonen en in stilte lijden. Wat je hier vaak ziet zijn verslavingen, vermijding van zorg of psychopathologie zoals borderline.

2. Hoe kun je dit uitvragen?

Door vragen te stellen zoals: Hoe ben je gewend je aan te passen als het moeilijk wordt? Hoe doe je dit nu met je ziekte? Waar haal je je kracht uit? Heb je het wel eens eerder zo moeilijk gehad en wat heb je toen gedaan? Wat heb je toen geleerd? Hoe is het leven tot nu toe voor je geweest?

Ook vraag ik naar levensfeiten: Waar ben je opgegroeid? Wat heb je meegemaakt? Uit deze levensfeiten haal je ook veel informatie. Elk mens neemt een levensgeschiedenis mee en dat bepaalt hoe je omgaat met stress. Welke verliezen hebben mensen geleden en welk onrecht is hun aangedaan? Hoe gaan mensen om met schuld en schuldgevoelens? Hoe zoeken mensen controle over hun leven, hoe gaan ze om met autonomie? Kunnen ze verdragen dat in een gezin iedereen een eigen weg gaat in een rouwproces zoals bij kanker? Hoe wordt er gecommuniceerd? Durven mensen kwetsbaarheid te tonen? Deze onderwerpen bepalen de veerkracht om de diagnose kanker te verdragen, om mee te veren met hetgeen je overkomt. Dit meeveren leer je onder andere in je gezin van oorsprong, het gezin van herkomst. Al jong in je kindertijd is je dit aangeleerd en dit neem je mee. Oude rouw komt boven als je nieuwe verliezen lijdt. Ook het onrecht wat je is aangedaan, zoals een slechte kindertijd, speelt een rol tijdens ziekte en lijden.

3. Wat is de invloed van hechtingsproblemen op het ervaren van bijvoorbeeld pijn of het hebben van een chronische ziekte of kanker?

Onveilig gehechte mensen ervaren meer stress tijdens het ziek zijn en vinden minder goed hun balans. Als je een ernstige ziekte krijgt, raak je in een existentiële crisis. Je komt in een overlevingsstand en alle primaire systemen worden geactiveerd. Als mensen onveilig gehecht zijn, zie je dat zij meer moeite hebben om zich aan te passen en weer een nieuwe balans te vinden.

Een bekende Surinaamse uitspraak is: Als er stenen op je weg liggen, dan struikelen je kinderen er over. De stenen worden bergen waarover je languit onderuit gaat. De hechtings-problemen komen sterker naar voren als er problemen zijn.

Niet de kanker alleen doet zo'n pijn maar het afgesneden zijn, verbinding verliezen met jezelf door de rouw om je gezondheid. Als je de diagnose kanker krijgt, raakt dat de overlevingsstrategie, je werpt je in de strijd van de behandeling en de overleving. Die is zo sterk, dat je daarna pas soms ontdekt hetgeen je bent verloren, het verlies. Kanker kan een soort van tsunami zijn en als de stof neerdaalt, ga je zien waar je terecht bent gekomen. Hoe ga je dit dan verdragen, mee-dragen wat je hebt meegemaakt en hoe ga verdragen wat je bent verloren? Het omgaan met verlies, het verdragen van rouw wordt mede bepaald door de wijze waarop je bent gehecht.

De relationele werkelijkheid speelt hier een belangrijke rol. Dus je kunt nooit naar iemand kijken als individu, maar altijd in relatie tot het netwerk van liefdevolle relaties! Als nabijheid niet wordt (h)erkend en er bijvoorbeeld wel wordt geluisterd naar pijn of ongemak, wordt dat de manier om te communiceren en contact te zoeken. Het is daarom ook belangrijk dat de copingstijl van de partner meegenomen wordt. Dit bepaalt of je als partners zowel zorg kan geven als ontvangen (Porter et al 2007)

4. Is er een relatie met iemands zelfbeeld?

In de psychologische ontwikkeling is een zelfbeeld gevormd. Deze ontwikkeling is een reactie op de levensfeiten. In deze ontwikkeling hebben zich kernboodschappen gevormd. Innerlijke boodschappen die je gedachten aansturen. Wat is de kernboodschap die jij jezelf geeft? Bijvoorbeeld ík kan het niet. Of ik moet het alleen doen, ik ben niets waard?

5. Zijn er vragenlijsten die hechtingsproblemen kunnen signaleren of rubriceren?

De psychologie werkt met verschillende vragenlijsten voor verschillende leeftijden. Ik gebruik ze zelf niet. Het verhaal dat de cliënt vertelt, is voor mij belangrijk. Ik stel dan open vragen, hoe is dit voor jou of wat heeft dit met jou gedaan? De beleving staat centraal. En welke rol spelen deze ervaringen in het nu. Maar vooral zet ik mijn open luisterhouding in. En dat alles er mag zijn wat de cliënt bezighoudt. Zonder oordeel of invulling van mijzelf. Ik geef alleen erkenning van het lijden. Eigenlijk alleen dat! Vertragen en erkenning geven.

6. Welke competenties moet je hebben als therapeut om hier mee om te gaan?

Een niet wetende houding. Geen vooronderstellingen, niets invullen, alleen open vragen stellen. En vertragende vragen stellen, door even stil te staan bij wat het heeft betekent voor de cliënt, vertragen, vertragen, vertragen!! Daarmee help je de cliënt zijn eigen antwoorden te vinden. De kracht van parafraseren is groot. De woorden die de cliënt gebruikt teruggeven in een vragende vorm, soms in een iets andere vorm of woordgebruik. Dus stilstaan bij wat de ander vertelt. Echt stil staan. Stiltes zijn erg belangrijk. Je moet bij iemand goed de aansluiting vinden om de vrijheid te krijgen om door te vragen. De vragen moeten passend zijn en ik vraag ook vaak permissie: Mag ik hier even met u naar kijken? Kunnen we hier even bij stilstaan? Is dit passend voor u? En natuurlijk kennis over psychologie, systeemtheorie, ethiek en neurobiologie.

Ook vragen stellen die goede zorg beogen, zoals bijvoorbeeld: Hoe zorg je voor elkaar? Om wie maken jullie de meeste zorgen, wat heb je nodig van de ander, hoe zorg jij voor hem of haar, wat zou je elkaar willen geven, wat zijn jouw verlangens en weet je partner dit?

7. Heb je per hechtingsstijl adviezen?

Het belangrijkste is om de manier te onderzoeken waarop mensen omgaan met problemen. Ik zeg vaak niet 'zorgen voor' maar 'zorgen dat'. Dan kom je uit bij zelfmanagement en weer grip krijgen op. Bij elke hechtingsstijl kijk je naar welke kernboodschap mensen hebben meegekregen. Door dit te onderzoeken en vanuit hun levensgeschiedenis te plaatsen , kunnen mensen opnieuw keuzes leren maken, vanuit hun rol als moeder, dochter of de rol die ze in hun werk hebben. Dat vind ik bij mensen met kanker heel belangrijk, dat ze bekrachtigd worden in hun positie, ze hun rol en verantwoordelijkheid nemen. Je bent veel meer dan alleen de kanker. Door vragen te stellen die goede zorg beogen, zet je mensen in de verantwoordelijkheid voor elkaar en dat biedt perspectief. Verantwoordelijke zorg voor elkaar. Zo ga je op zoek naar de dialoog, waarin alle stemmen worden gehoord. In de relatie zit de goede zorg. In de dialoog kan de cliënt zich afbakenen, maar ook voor zich spreken, ieder kan voor zichzelf spreken. Dan mag je zijn wie je bent. Zonder de ander te beschermen of de valse schijn op te houden. In de dialoog maak je het niet de ander naar het zin, maar spreek je voor jezelf, in alle kwetsbaarheid. De ander leren dit te ontvangen, is een belangrijk onderdeel van mijn begeleiding van mensen met kanker. Durf je voor jezelf te spreken en te zeggen wat je nodig hebt, of wat je verlangens zijn. Durf de zorg van anderen te ontvangen. Dan geef je iets! Deze openheid brengt mensen dichter bij elkaar. De intieme relatie die dat oplevert met zichzelf en de ander werkt helend in het ziekteproces.

8. Naar wie moet je door verwijzen als je denkt dat de behandeling hier op vastloopt?

Psychologen of psychotherapeuten die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van mensen met kanker. Op het gebied van relationele problemen of problemen in het gezin, zou ik doorverwijzen naar een contextuele therapeut. De contextueel therapeut helpt je om de relationele werkelijkheid vanuit het verleden, het heden en de toekomst in beeld te brengen. En kijkt hoe je nu omgaat met problemen en hoe relaties gaan. De therapeut onderzoek de balans van zorg geven en zorg ontvangen. Dit leer je al jong in je gezin van herkomst, je gezin van oorsprong.

Gevoelens van vertrouwen en rechtvaardigheid spelen een belangrijke rol in de balans van geven en ontvangen. Het reflecteren op onrecht kan mensen helpen om zich te herpositioneren. Het zichtbaar maken van de dialoog en goede zorg in relatie en gezinnen is van groot belang. Mensen helpen elkaars hulpbron te zijn. In de dialoog ontstaat zelfafbakening en zelfvalidatie. Dit brengt mensen in positie en hierdoor komt ieder tot zijn recht!

9. Kun je een boek of cursus aanraden om zicht op hechtingsproblemen te krijgen?

De Master Contextuele Hulpverlening van de CHE is een echte aanrader:het combineert psychologie, ethiek en filosofie.

De post HBO Contextuele hulpverlening geeft taal aan processen in relaties, deze taal helpt een cliënt om verstoorde balansen te gaan begrijpen. Als hulpverlener vanuit de contextuele benadering ga je op zoek naar de dialoog. Een dialoog met vertrouwen waarin een ieder tot zijn recht mag komen. Het leert relationele hulpbronnen vrij te maken.





Arrien van Prooijen de Jong MCH. Contextuele hulpverlener

T. 0634540749
E. info@arrienvanprooijen.nl Over Arrien van Prooijen

BIG registratienummer Verpleegkundige: 19047698430



LinkedIn Profiel Arrien van Prooijen Arrien van Prooijen